‘Paarden willen in middelpunt van de belangstelling staan’

ZUIDLAREN – De Zuidlaardermarkt is weer aanstaande. Over de markt, die voor de 816e keer wordt gehouden, is de laatste jaren nogal wat te doen. Kleine groeperingen – dierenbeschermorganisaties- roeren zich. Ze willen het liefste dat de paardenmarkten worden afgeschaft.  Deze groepen krijgen steeds de aandacht. Tijd voor een tegengeluid, van de paardenhandelaars zelf. 

“Het zijn dezelfde kleine groepen die ook Zwarte Piet discriminatie noemen”, zegt Jan Dolfing, paardenman pur sang, die – nadat hij de stallen heeft uitgemest – helemaal los gaat en de argumenten van dierenorganisaties van tafel veegt. Maar eerst even over de omvang van de markt: “Een Zuidlaardermarkt zonder paarden is geen Zuidlaardermarkt. Het is de grootste paardenmarkt van West-Europa.  De Zuidlaardermarkt heeft net als de Prins Bernhardhoeve (“die ook omzeep is geholpen en dat was helemaal niet nodig”)  Zuidlaren op de kaart gezet. Door de markt komen er duizenden mensen uit binnen-en buitenland.  Goed, dan de argumenten die genoemd worden. Het lawaai bijvoorbeeld. Daar zouden paarden niet tegen kunnen. “Een paard kan heel goed tegen geluid, al moet je het dier niet in de disco zetten. Maar muziek, daar leven paarden van op. Ze gaan erop dansen. Kijk maar naar het paard van Ankie van Grunsven.  Tuigpaardenshows zijn met muziek, bij derby’s is altijd herrie.  Neem politiepaarden of Prinsjesdag.  Dan schieten ze met rotjes. Het is voor de dieren even wennen, maar de rust keert snel weer.  Over het algemeen wil een paard aandacht.  Het liefst dag en nacht. Dan het argument dat paarden niet langer dan acht uur op de markt kunnen staan.  Dat slaat nergens op. Weet je, paardenmensen zijn mensen die met hart en ziel met een paard bezig zijn”. Over de markt: “Ik kom mijn hele leven al op de Zuidlaardermarkt. Als 5-jarige ging ik al met mijn vader mee. Het is een traditie van meer dan 800 jaar. dat zou nu ineens niet meer kunnen? Het is zo dat de paarden die op de markt staan zo van het weiland komen. Ze zijn in het begin wat angstig, maar dat went wel.  Er gaan mensen heen die paarden kwijt willen die ze thuis niet kunnen verkopen. Er is een aanbod van handelaren en zo wordt een paard uitgezocht. Er is een schaarste aan goede, ‘gebruikspaarden’ en pony’s.  Daarom zijn die buitenlanders hier ook op zoek. Nederland staat bekend om de goede fokproductie. Iedereen zoekt. Een paard moet een tweede kans hebben. Als ze niet op de markt zouden staan, gaan ze naar de slacht. Een paard is geen productiedier, in tegenstelling tot koeien.  Paarden mishandeld?  Een paard dat even een stok op de kont krijgt wordt er niks minder van. En een schrammetje, waar ze ook over vallen? Als een mens een schrammetje oploopt, gaat hij toch ook niet naar huis? Een paard moet het vertrouwen hebben. Paarden zijn wel eens gestrest, maar dat zijn mensen ook wel eens. Dat het paardengedeelte verplaatst is, verder weg van de kermis, ik snap niet dat ze zover kunnen gaan? Paarden moeten in het middelpunt van de belangstelling staan. Je moet ze alleen niet bij de grootste attractie zetten.  Paarden worden superverzorgd. Dankzij meneer Mellema, de marktmeester, krijgen paarden genoeg te eten en te drinken. Ze hebben niks te klagen. De dierenarts kijkt toe dat ze gezonde dieren zijn. Mensen die er geen verstand van hebben moeten zich er niet mee bemoeien.  En anders moeten ze eens meelopen met een handelaar.  Dan kunnen ze erover meepraten. Niet door incidenten aan te wijzen.  Als je eens kijkt hoeveel mensen met plezier naar zo’n markt gaan, dat is onvoorstelbaar veel. Dat moet je hen niet ontnemen. Vooral mensen met een agrarisch verleden herbeleven het op deze manier. En kijk eens om je heen, Noord-Drenthe is een paardengebied. Als je alleen al in deze straat kijkt… Het is een klein groepje dat de aardigheid verpest voor de grote massa. Dat is schandalig.”

jan-dolfing-2