Vrouwen van Nu in oorlogstijd

In deze meimaand waarin we de slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog herdenken en de Bevrijding vieren is de aanleiding om even terug te gaan naar de geschiedenis van Vrouwen van Nu in de jaren 1940-1945. De landelijke Bond van Boerinnen en andere Plattelandsvrouwen bestond bijna 10 jaar toen op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnen vielen. Het landelijk hoofdbestuur stuurde daarop eind juni 1940 alle afdelingen het bericht: “dat het duidelijk en noodzakelijk is om door te werken, er is juist in deze tijd een taak voor onze bond. Gepaste ontspanning kan gegeven worden door kleine excursies in eigen omgeving uit te schrijven.” In de uit 1930 daterende bondsstatuten stond: “De bond stelt zich op algemeen Nederlands standpunt, omvat alle gezindten en onthoudt zich van partijpolitiek.” De plattelandsvrouwen profileerden zich hiermee als een neutrale organisatie die boven religie en politieke partijen stond. Daarmee had de bond tijdens de Tweede Wereldoorlog een krachtig instrument om zich teweer te stellen tegen het naziregime. De bond werd op een bepaald moment door de bezetter onder druk gezet om zich aan te sluiten bij het Nederlands Agrarisch Front. Maar het hoofdbestuur van de bond ging daar niet in mee. Zelfs toen leden van de pro-Duitse Nationaal Socialistische Beweging in uniform in mei 1941 tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering in Utrecht de zaal binnenmarcheerden, toonde het bestuur zich niet onder de indruk. In juli 1941 nam het hoofdbestuur de beslissing om af te treden, waarop vele leden dit voorbeeld volgden en hun lidmaatschap van de bond opzegden. Dit bestuursbesluit werd zelfs op de Engelse radio geprezen. De bond ging daarna ondergronds. Maar de vrouwen bleven elkaar tijdens de oorlog in het geheim in kleine groepen wel ontmoeten en verleenden onderlinge steun aan elkaar. Daarmee bleef de infrastructuur van de organisatie, een netwerk van 15.000 vrouwen, vrijwel intact. Dit bleek ook direct na de capitulatie van Duitsland op 5 mei 1940. Hoewel huizen, bruggen, wegen, postkantoren, trein- en telefoonverbindingen vernield waren wist de landelijk voorzitter jerrycans benzine en een auto met chauffeur te regelen om daarmee de afdelingen in het land te bezoeken en de organisatie weer op te starten. De administratie die tijdens de oorlog op zolders en in kelders verstopt was, kwam weer tevoorschijn. “De Plattelandsvrouw” verscheen in juli 1945 op triomfantelijke wijze met een speciaal “Bevrijdingsbulletin”, ondanks de papierschaarste. Onder het motto “Aan de slag!” werden de plattelandsvrouwen opgeroepen om “als vrije mensen in een vereend samenwerken binnen onze bond” de moeilijkheden te boven te komen en te werken aan het herstel van het land.